Ik pak een mandarijn en peuter de schil eraf. Mijn handen ruiken behoorlijk. Even wassen dan maar. Tijdens het wassen ruik ik nog steeds een vleugje mandarijn. Ik droog mijn handen en kijk op het flesje handzeep. Tussen de scheikundige termen staat: met mandarijnolie.

Na het eten van mijn mandarijn ga ik met de hond naar buiten. Met een werpstok gooi ik een bal. De hond rent er achteraan, en brengt de bal keurig terug. Bij de volgende worp komt de tennisbal hard tegen de appelboom. Wel 20 appels vallen in het gras. De hond zoekt zich gek: nu liggen er 21 ballen!